1.Dit is een droevig lied .. dat vrolijk wordt begonnen... over een zeemeermin..........die heerlijk lag te zonnen
in het Noordzeekanaal...............en over een schipper
.. ....................die met zijn schip de Zaan uitvoer
2.Hij zag dat de golven............ iets goudblonds bedolven
in het bruisende water........... en toen greep hij in
3.Hij vond in de baren.. en trok aan haar haren
tot zijn verbazing... een zeemeermin
4.Hij vond haar wel aardig zij vond hem een liefste
haar staart in het water..... spetterde luid
5.Hij wilde haar warmen... .....zij sprong in zijn armen
maar waarhij ook voelde.. ....het was vissenhuid
6.Haar blonde haren ...........staken zijn hart in brand
haar koele huid .............maakte zijn vuur weer koud
7.Zo gaat dat bij vissen...... .hij kon alleen maar beslissen
die neem ik niet mee...... ...ga terug naar de zee
8.`t was maanden later ................ weer in hetzelfde water
zag hij Bernadine.......... .{zo heette die zeemeermin}
........................... ... vlak bij de Hembrug
9.Hij wuifde....
zij wenkte... ............................{hij voer naar haar toe}
10."Het is dioxine"; zei Bernadine:
"Ik ben onder water geheel aangetast.
Ik wil nog eenmaal jouw lippen kussen.
Ik ga er van tussen. Dat is zeker en vast ".
Wie hoorde ooit te voren van zulk een schandaal.
Al zijn we geen vissen. We kunnen niet missen.
Het heldere water van het Noorzeekanaal.
<<<< terug naar Waterlijn.com inhoud
Het is al weer enige tijd geleden dat in * de Fabriek *,
"een voormalige school aan de rivier de Zaan " een creatief cafe werd gevestigd.
Zo was er op een keer de aktiviteit tafeltjes beschilderen.
Daar heb ik toen op een tafelblad de volgende tekst aangebracht:
Als ik ooit nog weer op zee ga varen
beroof ik meteen de Doggersbank
van zoute vis uit zilte baren
Vissersman loon dat is je ware
geef mij nog maar
een jonge klare
met als ondertitel : Uit de gedichtenbundel * De Zaanse Zeemeermin *
Die bundel bestaat niet !
Ik kies nu de digitale snelweg om hem alsnog tot stand te brengen.
Boven bedoelde tekst ontstond uit waarnemingen bij diverse gelegenheden.
Achter een glas bier of de warme kachel worden hemelbestormende avonturen bedacht.
Schepen worden uitgerust. Zelfs vaarklaar gemaakt.
Als het zover is blijft het meestal bij verhalen.
Ik wil de durfers uitdrukkelijk niet te kort doen. Kijk eens naar het verhaal van de * ERNA *
Bruinisse 57
Schrijvenis als reizen op een onbekende rivier
je weet wel hoe je varen moet - maar je kent de ondiepten niet
wat je tegen komt zijn stukjes uit de puzzel van het naakte bestaan
varen is een manier van leven - als je het als werken beschouwd
moet je meteen stoppen
alles wat je erin stopt ------ je illusie - je energie - je tijd
daarvan is alleen de illusie rendabel
wat dat betreft kom je wel aan je trekken
half april
Ode aan 3 ooievaars door Dre Preis
waargenomen in het Zaanse veld.
" Het water staat tot aan mijn lippen ";
zo sprak broeder ooievaar :
" `t hele veld staat met stippen
van geel en wit
O- had ik maar
een kikker om mijn maag te vullen "
" Maar broederlief - zo sprak de tweede -
jij leeft te veel in het verleden
als je toen met je snavel in het water beet
had je meteen een kikker bij zijn reet ".
de derde die zich klaarblijkelijk stoorde
aan de nutteloze woorden
van zijn broers daar in het veld
zei :" Sta zo stom daar niet te lullen
let eens op
dan kun je smullen
van een
lekkere jonge rat
muskusratten
zijn er zat ".
updated on: 15 December, 2005
`t kraaiennest ---- aan de einder lokt de horizon - mijn ogen zien daar boven zee -
beschermt tegen `t zonlicht
door mijn hand -
`k zit helaas voor mijn TV
de onrust knijpt
mijn botten saam -
` k blijf thuis -
de winter naakt
`n beetje pessimisme nu -
" straks vriest het dat het kraakt "
aan de einder lokt de horizon : " voel hoe het knaagt van binnen "
mijn Nissan brengt mij naar de kroeg - daar kan ik ook niets winnen
rukkend aan de kluister - start dadelijk de replay
ik tast nog in het duister - de herinnering tast mee
In de zomer van 1996Al weer een poosje terug dus
was er in Zaandam een Peter de Grote manifestatie.
Daarvoor schreef ik het volgende vers.
Te zingen als Rep of Blues.
Peter Alexsejowitsj -
je was de grootste - maar nu ben je niets
Je had je zuster Sofie - je had de tsarentroon
je had alles wat je hebben wou
dat had je dan gewoon -
je at alles wat je eten wou -
misschien wel kaviaar
je maakte ondanks dat - dat vorstelijk gebaar
Wat wandelen langs de Lage Horn - dat wist je uit te kienen
als timmerman aan de Hoge Dijk even de kost verdienen
dat piepklein huisje op Het Krimp - het staat nu wel wat scheef
ik snap nog niet dat een vorstenzoon - daar zomaar wat verbleef
Wat sta je daar nou op de Dam - te hakken op die schuit
dat duurt nou toch al jaren - zo kom je niet vooruit
het wordt tijd dat je gaat varen - of kom hier in `t cafe
en drink hier dan Csaar Peter - er eentje met ons mee
Voor Roel Antiek
Het is alweer een poosje terug. Het vroor dat het kraakte.
Het was echt weer om achter de kachel te gaan zitten.
Ik kreeg een telefoontje van een vriend. Roel Kroesse !
Als je hem niet thuis kunt brengen, hij is beter bekend onder de naam Roel Antiek.
Hij woonde in Westzaan. Achter zijn huis had hij een voor speciale gelegenheden omgebouwde hooiberg. Hij nodigde mij uit voor een midwinter zonnewende feest.
Ik denk dat hij dat feest evengoed gegeven zou hebben. Zonnewende of niet.
Hoe dan ook.
Hij vindt dat de mensen elkaar een beetje warmte moeten geven.
Een feest is daar heel geschikt voor. Je gaat niet met lege handen naar een feest.
Dus kocht ik een fles jenever om warm te worden.
Verpakte het in een gedicht en trok derwaarts.
Zonnewende nachtfeest
recept;
wat warmte uit het menselijk hart
wat hoop - wat deemoed
vermalen met de geest van bessen
voorzichtig daar de dorst mee lessen
de winter daagt de zonnestralen uit
bij dag en in het nachtelijk uur
Roel dacht; " Laat haar de duivel halen
verdrijf die geesten met het vuur
die kwalijken
die smalijken
die dwaallichten
de kou die aan mijn botten knaagt - heeft mij tot hier genoeg geplaagd
O zon - kom nader - dichterbij
verwarm mijn hart - wil mij bekoren
klim hoger in uw zonnestand
verlos mijn ijzig waterland
click op de Poolster
naar het gedicht
over de
Kleine Beer
Het schip afmerend aan de dijk van mijn kindertijd
op een buiten verwachting - zonnige - windarme - zaterdag in september
In deze nagenoeg verregende zomer
wacht ik tot ze komen
de herinneringen -..... stapvoets naderen de vreugde ........... de blijheid
Zondags ontvucht ik - terwijl de stormwind jaagt - de regen plaagt
leunend tegen de helmstok -........... de opvolgers
vaar - koershoudend - mijn vrijheid tegemoet
Een mens heeft dat soms. Ik dan toch. Dat je gekonfronteerd wordt. Zo maar. Plotseling.
Je bent je nergens van bewust. Of misschien wel juist daarom. Je verwacht iets aardigs.
Iets onbestemds. Plotseling schakelt er iets in je hersenen. Je weet niet waar het vandaan komt.
Maar het blije is weg !
Er komen beelden, herinneringen, die je ondersteboven werpen..
Dat had ik die keer daar. Toen ik het schip vastmaakte aan een stukje dijk uit mijn kinderjaren. Gelukkig stormde het daarna. Dat is nog het beste wat je dan kan overkomen.
Buiten zijn ! In storm en regen ! Dat overweldigd je. Brengt alles terug in de juiste proporties.
Je maakt wat mee tussen
Broek op Langendijk en Zuid Scharwou
De dorpjes waar ik die zomer langs voer.
Mag ik je een hand geven, zei hij, nadat ik hem de geschiedenis
van glorie en verval van een tjalkje uit 1908 verteld had.
Daarna vervolgde hij zijn fietstocht. Rondje Heerhugowaard.
Ik word een varend monument. Zo wilde hij ook wel 75 worden.
Toch had ik het over een scheepje van 92 jaar.
De zomer is weer aan z`n end / nu rest de herfst / toch ook niet mal
`k verwacht nog steeds een nieuwe lente / dat blij gevoel /
voordat ik val / en `t aanraakbare niet meer zal raken /
wil ik orde stellen op mijn zaken / ` k zet zwart op wit / al mijn falen
daar heb ik zelf voor moeten betalen /
en het geluk ? / hoe moet ik dat omschrijven ? /
`t ontstond alleen maar omdat zij bij mij wilde blijven
Een van de laatste zomersregende het te vaak / te dikwijls
Op een avond meerde ik af in Noord Scharwou
In het scheepsjournaal schreef ik het volgende :
In Noord Scharwou / de avond daalde / terwijl de schipper van de zomer baalde
die augustus in zou gaan / regenen wind versluierden de maan /
die de zomernacht nog redden kon
geen krekels tjirpten / geen muggen zoemden
in gele pakken / als verdoemden / zag hij in de schemering aan /
toeristen / in hun kil bestaan /
verloren zoekers naar de zon
maar zie / het licht wint van de nacht /
de zon jaagt / in een felle jacht / zijn heerbaan langs / er is niets dat wacht
ik ben ...................een stipje.................. temidden...........meriaarden...........
die wonderwel ..... het leven spaarden ...... van mij.......de aardse sterveling
die mopperend met de zon omging
Toch moet je zonodig je horizon verplaatsen. De onrust zit in je.
Thuis blijven zou beter zijn. Maar daar is alles voorspelbaar.
De kaarten zijn geschud. De dromen vervlogen. Die zitten verstopt tussen de dingen die voorbij zijn. Bij de illusies.
Dus wat doe je. Op een herfstachtige, dus winderige, nazomerse dag pak je
je spullen en vaar je weg. Naar het land van ergens naar nergens.
Ontsnapt aan de randstad.
Tussen de scherven van het bestaan vind je jezelf terug.
Als puntje bij paaltje komt staan we dichter bij de * Latimeria Choelacanthidae *
dan bij de # Homo Ludens # die we denken te zijn.
Nu lijkt het me toch wel nuttig om wat > encyclopedische < wijsheid te spuien.
Een Latimeria Choelacanthiae is een naar men dacht
uitgestorven oervis met pootjes.
Ik stel mij voor dat hij bijvoorbeeld
in Wladiwostok of, waarom ook niet,
bij Zantvoort aan land ging.
Zie daar. Ons voorgeslacht.
Homo Ludens daarentegen is:" de spelende mens"/
Het kan niet anders dan waar zijn.
Machines, computers kunnen alles beter.
Het enige waar we uniek in zijn.
Maar dan ook absoluut, is ons voorstellings-vermogen.
Onze creativiteit .
Click de zeemeeuw naar *Cyberspace*
de Winter
Het jaar is weer voorbij --
korte dagen -- lange nachten
ik zit hier op de zon te wachten --
de winter dat is niets voor mij
mijn botten zijn aan`t protesteren --
de winter is maar net begonnen
`t allerliefst zou`k zitten zonnen --
maar ja -`t is nu eenmaal niet te keren
`k bezit mijn ziel in lijdzaamheid --
`t klinkt wat raar - dat wil ik weten
gelukkig heb ik genoeg te eten -- Andreas Schelfhout 1787 - 1870
en daarbij een warme stal
vrienden om te converseren -- vrouw en kinderen -- ` k tel het op
langzaam ben ik aan het leren * de Tijd * is een ongrijpbaar ding
gelukkig is het nooit te laat --`t is * het Leven zelf * waar het om gaat